Achtergrondinformatie ‘Stop de dierziekten, stop de megastallen’

Nederlandse vee-industrie is kraamkamer voor gevaarlijke dierziekten

Na de vogelgriep in 2003 heerst nu het gevaar van een wereldwijde uitbraak van de varkensgriep. De manier waarop wij in Nederland ons vlees produceren vormt een groot risico bij ontstaan en verspreiden van dergelijke ziekten. Nederland is het meest pluimvee- en varkensdichte land ter wereld. De extreem hoge concentraties vee, het gesleep over de hele wereld en het eenzijdig doorfokken maken de Nederlandse vee-industrie een ideale kraamkamer van dierziekten die kunnen overspringen op de mens. De gevolgen van een dergelijke pandemie kunnen zeer ernstig zijn, met vele zieken en doden tot gevolg, aldus de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Voedsel en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO).

Huidige griepvirus is ontstaan in varkens uit de vee-industrie

Hoewel er nog discussie is waar het virus precies vandaan is gekomen, staat het vast dat het virus afkomstig is van varkens uit de vee-industrie. Al in 2005 werden gelijksoortige H1-virussen in Amerikaanse stallen aangetroffen en hebben de virussen meerdere keren mensen geinfecteerd. Toen en nu hebben varkens als 'reactievat' gediend voor het ontstaan van een voor de mens gevaarlijk virus bestaande uit varkens-, vogel-, en mensenvirussen (Shinde et al, 2009). Overigens hebben een aantal wetenschappers aangegeven dat mogelijk alle virusdelen van de varkensgriep van varkens afkomstig zijn (Promed). De nieuwe benaming van 'Mexicaanse griep' in plaats van varkensgriep is bedoeld om de achtergrond van het virus te maskeren en consumenten gerust te stellen. Ook wil men voorkomen dat de vee-industrie in een kwaad daglicht wordt gesteld.

Niet alleen kunnen varkens mensen besmetten, ook is aangetoond dat mensen varkens opnieuw met het varkensgriepvirus kunnen besmetten. Op een varkensbedrijf in Alberta, Canada is het virus door een medewerker op de varkens overgebracht. Zodoende blijven dergelijke virussen zich verspreiden en kunnen gevaarlijke varianten ontstaan. Om wederzijdse besmettingen te voorkomen heeft de Voedsel en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) een waarschuwing uitgedaan om varkens extra te monitoren en zonodig extra veiligheidsmaatregelen te treffen.

Eenzijdig doorfokken verhoogt de kans op het ontstaan van dierziekten

Al in 2003 ontwikkelde  een relatieve milde variant van de Vogelgriep (H7N7) zich binnen de Nederlandse vee-industrie  tot een voor de mens gevaarlijke en besmettelijke variant. Meer dan duizend mensen raakten besmet, met één dode tot gevolg. Dat dit virus niet zeer besmettelijk was voor mensen, is een groot geluk, maar zeker géén wijsheid. De overvolle stallen van de vee-industrie fungeren namelijk als een soort 'snelkookpan', waarin ziekten zich niet alleen snel verspreiden, maar vooral ook meer kans hebben om te muteren. Het eenzijdige doorfokken op snelle groei heeft de genetische variatie van varkens en kippen geminimaliseerd, waardoor zij minder weerstand hebben tegen ziekten. De kans op het ontstaan van een voor de mens gevaarlijke variant neemt hierdoor verder toe.  Dr. Wim van der Poel van de Animal Science Groep stelde naar aanleiding van de H5N1 vogelgriep uitbraak dan ook dat kippen “met hun slappe immuunsysteem geen partij zijn voor het H5N1-virus (…). De virussen vermenigvuldigen zich, en gebruiken de kippenpopulatie als springplank naar mensen.”

Schaalvergroting zorgt voor een toename van resistente micro-organismen

Door de zwakke weerstand van de dieren wordt veelvuldig gebruik gemaakt van antibiotica om ziekten te onderdrukken en zo de groei te stimuleren. Het antibioticagebruik in veehouderij in Nederland de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld. Ook de resistentieniveaus van de veehouderij tegen antibiotica zijn in 2007 verhoogd ten opzichte van het jaar ervoor, aldus de Maran rapportage ‘Monitoring of Antimicrobial Resistance and Antibiotic Usage in Animals in the Netherlands In 2006/2007’. In geen enkel ander land wordt zover bekend zoveel antibiotica per dier gebruikt. De toename wordt toegeschreven aan het verbod op groeibevorderaars en de schaalvergroting in de veehouderij. Door de schaalvergroting neemt de ziektedruk namelijk verder toe: de verspreiding van (resistente) micro-organismen wordt vergemakkelijkt door de hoge dichtheid van dieren die nauw met elkaar in contact staan (RIVM, 2008).

Het toenemend gebruik van antibiotica zorgt er voor dat bacterien sneller resistent worden en zich steeds sneller verspreid. In Nederland is de MRSA-bacterie (ook wel ziekenhuisbacterie) in grote getalle aanwezig bij varkens, kippen en kalveren. Ook zijn met name varkens- en kalverboeren vaak besmet en moeten zij volgens officiele richtlijnen bij ziekenhuisopnames in isolatie (quarantaine) worden verpleegd om besmetting te voorkomen. Uiteraard is het vlees van de dieren dat in de supermarkt komt te liggen ook veelvuldig besmet met resistente bacteriën. Tegenwoordig heeft de MRSA-bacterie zich zelfs over varkens in de hele wereld verspreid en veroorzaakt het in Amerika meer doden dan AIDS. Ondanks de gevaren voor de volksgezondheid weigert de politiek om goede maatregelen te nemen.

Gesleep met dieren zorgt voor verspreiding dierziekten

De Nederlandse veehouderij speelt een belangrijke rol in de verspreiding van dierziekten. Jaarlijks exporteert zij miljoen levende dieren. Tegelijkertijd worden er miljoenen dieren weer geïmporteerd (PVE, 2007). Dat dit gesleep met dieren en dierproducten bijdraagt aan de verspreiding en instandhouding van het dierziekten was al eerder aangetoond. In 2005 gaf het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in haar rapport “Rundvee handel en de risico’s van het importeren van dierziekten naar Nederland” aan dat de toenemende invoer van levend vee de risico's bij insleep van dierziekten zoals Mond- en Klauwzeer vergroot.  In 2006 concludeerde Professor C.J. de Vos-de Jong in haar promotieonderzoek dat terugkerende veewagens uit het buitenland de grootste risicofactor op insleep van klassieke varkenspest waren. Dit transport neemt zo'n 50% van de jaarlijkse kans op insleep voor zijn rekening.

Megastallen en clustering van veebedrijven vergroten de kans op uitbraak


Na de uitbraak van varkenspest in 1997 is gekozen voor groei van de veehouderijbedrijven in Landbouwontwikkelingsgebieden (LOGs). Maar juist door deze concentratie ontstaan aanzienlijke risico’s voor gezondheid van mens en dier. Dit wordt nog verergerd door de komst van megastallen, die toen nog niet werd voorzien.

De megastallen, waarin tienduizenden varkens en honderdduizenden kippen op elkaar gepropt worden, zijn de meest extreme vorm van deze intensieve veehouderij. Momenteel zijn bij Milieudefensie plannen bekend voor maar liefst 82 veefabrieken, verspreid over Nederland. Het grootste bouwplan is voorzien in Grubbenvorst (Limburg), waar een bedrijf met 35.000 varkens én 1,2 miljoen kippen moet komen. Minister Verburg (Landbouw) steunt de komst van dit soort veefabrieken met miljoenen euro's subsidies.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gaf in haar rapport ‘Volksgezondheidsaspecten van veehouderijmegabedrijven in Nederland - zoönosen en antibioticumresistentie’ van 2008 aan dat megastallen de kans op het ontstaan van voor de mens gevaarlijke ziekten verder kan toenemen. Het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) heeft in het rapport 'Megastallen nader bekeken' berekend dat de geadviseerde afstand tussen megastallen in Nederland niet haalbaar is. RIVM stelt dat, ten behoeve van de dier- en volksgezondheid, de benodigde afstand tussen megastallen 1 tot 2 km dient te zijn. Daarmee wordt de kans op de overdracht van ziektekiemen tot een acceptabel niveau verminderd. Wanneer alle Nederlandse varkens en pluimvee worden gehouden in megastallen, dan zijn er volgens het Milieu en Natuur Planbureau  (nu Planbureau voor de Leefomgeving) 1800 megastallen in Nederland. Die hebben dan een oppervlakte van bijna 600.000 hectare nodig, waarop geen of nauwelijks andere veehouderijbedrijven mogelijk zijn. Een dergelijke structuurverandering van de Nederlandse veehouderij is onmogelijk: de totale omvang van alle Landbouwontwikkelingsgebieden in Nederland samen is slechts 50.000 ha.

De Animal Sciences Group (ASG) stelde tijdens de vogelpest in 2006 dat een eventuele uitbraak van vogelpest in de Gelderse Vallei of in de Peel (Noord-Brabant) niet te stoppen is. Ook met vaccinatie is een virus niet tegen te houden. ”Alternatief is het anders inrichten van die pluimveegebieden, maar dat ligt politiek moeilijk.”, aldus Mart de Jong, veterinair epidemioloog aan de Wageningen Universiteit.

Aanvullend onderzoek naar de gevolgen voor de volksgezondheid blijft uit

In Noord-Brabant, waar de meeste varkens worden gehouden, heersen grote zorgen over de gevolgen voor de volksgezondheid, mede door de komst van megastallen. Naar aanleiding van het RIVM rapport drongen de provinciale CDA, VVD, PvdA en de SP aan op meer gezondheidsonderzoek, samen met de nationale overheid. Tot nog toe weigert minister Verburg hier gehoor aan te geven.

Beter boeren met minder beesten

De werkelijke oplossing tegen de uitbraak van gevaarlijke dierziekten ligt in een structurele verandering in de manier waarop ons vlees geproduceerd wordt. Hiertoe dienen de belangrijkste factoren die hieraan bijdragen te worden beperkt. De komst van megastallen moet worden gestopt, de veestapel moet drastisch krimpen en de clustering van veehouderijen in Landbouwontwikkelingsgebieden moet stoppen. Daarnaast is een regionalisering van de voedselketen nodig om zo de verspreiding van dierziekten binnen de perken te houden. Zo kan worden gewerkt aan een werkelijk duurzame veehouderij, waarbij volksgezondheid, dierenwelzijn en milieukwaliteit centraal staan. Op naar beter boeren met minder beesten!

Stop de dierziekten, stop de megastallen!

Op 29 mei 2009 hebben de ministers Klink (Volksgezondheid) en Verburg (Landbouw) aangegeven dat zij meer onderzoek laten doen naar de gevolgen van megastallen voor de volksgezondheid. In hun brief geven de ministers aan dat zij vooral de gevolgen voor directe omwonenden willen onderzoeken. Totdat de resultaten van dit onderzoek bekend zijn worden de normen en eisen die aan megastallen gesteld worden helaas nog niet aangepast. Verder geven de ministers onvoldoende aandacht aan het ontstaan van voor de mens gevaarlijke dierziekten. Milieudefensie zal hier bij de ministers nog extra aandacht voor vragen, nu de onderzoeksvraag nog in voorbereiding is.

Milieudefensie vindt dit onderzoek een belangrijke eerste stap en is blij dat de ministers de mogelijke gevaren nu wél onderkennen, maar vinden de voorstellen niet ver genoeg gaan. Zeker zolang er onzekerheid bestaat over de gevaren voor de volksgezondheid moeten bestaande bouwplannen voor megastallen van tafel!