| Besluitvorming beïnvloeden |
|
De besluitvorming gaat vaak in meerdere stappen. Het politieke besluitvormingstraject is afhankelijk van de vraag in hoeverre het geldende beleid de plannen toestaat. Het bestemmingsplan dat voor het gebied geldt is daarbij vaak bepalend. De vaststelling van een bestemmingsplan is een besluit dat door de gemeenteraad moet worden genomen. Dat geeft veel ruimte voor politieke inspraak van jouw kant. Ook kan de gemeente voor een deel bepalen aan welke milieuvoorschriften voor een veehouderij zich moet houden, bijvoorbeeld voor de bescherming tegen geurhinder en geluidhinder. Ook hierbij is in principe inspraak mogelijk, naar aanleiding van het opstellen van een milieuvergunning of een besluit om nadere eisen op te leggen aan het bedrijf. Op het moment dat je hebt besloten om politiek gehoor te zoeken voor jouw zorgen vanwege de mogelijke komst van veefabrieken, is het zaak om helder te krijgen hoe de besluitvorming in elkaar steekt. Je kunt hiervoor altijd terecht bij de gemeentelijke ambtenaren van jouw gemeente. Het is een vast onderdeel van hun taak om iedereen te informeren over lopende besluitvorming. Deze informatie mag je niet worden geweigerd. Verderop wordt meer concreet gemaakt welke stukken je nodig hebt om te weten wat er allemaal speelt. Vraag ook of je nog kunt inspreken, waarop en tot wanneer. Dit betekent het doornemen van soms lastig te doorgronden beleidsnota’s. Je zult ontdekken dat versluierend taalgebruik een ware plaag is. Vaak is niet duidelijk wanneer er regels worden gesteld en wanneer er sprake is van een toelichting op de regels. Laat je hierdoor niet afschrikken. Met enige hulp en moeite wordt het meestal wel duidelijk. En je kan altijd aankloppen bij de verantwoordelijk ambtenaar voor een toelichting. Hij/zij moet in staat zijn om het uit te leggen. Realiseer je wel dat de ambtenaar dan vaak al wel een bepaalde draai aan het beleid heeft gegeven, en dus niet meer onbevooroordeeld naar het beleid kijkt. Maar dat hoeft vragen stellen niet in de weg te staan. Voor een overzicht van de mogelijke besluitvormingstrajecten, hierna meer. Op het moment dat je duidelijk hebt welke besluitvormingstrajecten er lopen, heb je twee belangrijke voordelen. Het eerste en belangrijkste voordeel is dat je veel preciezer op de politieke besluitvorming kunt reageren. Want: enkel tegen je politici zeggen dat je bezorgd bent over de komst van veefabrieken maakt meestal weinig indruk. Indien je daarentegen beargumenteerd kan weerspreken dat bijvoorbeeld het ruimtelijk beleid in de weg staat aan de vestigingsplannen van een stal, dan wordt het al veel moeilijker voor de politici om je inbreng te negeren. Kennis van de lopende beleidstrajecten zijn een noodzakelijke voorwaarde om je met succes te laten horen in de politieke besluitvorming. Het tweede voordeel van meer inhoudelijke kennis is dat je beter beeld hebt van je juridische positie. Indien het geldende beleid inzake milieu (zoals bijvoorbeeld stank, geluid, fijnstof enz.) of ruimtelijke ordening (omvang bouwperceel, bouwhoogte enz.) kent, dan kun je zelf een veel betere inschatting maken van de mogelijke kansen bij de bestuursrechter. De bestuursrechter komt uiteraard pas in beeld nadat het politieke traject is doorlopen. Een beroep doen op de bestuursrechter is een laatste redmiddel. Het is daarom uiterst raadzaam te streven naar optimaal resultaat in het politieke traject. Juridische procedures zijn te vaak een achterhoede gevecht. Hierna volgt een globaal overzicht wat er kan spelen aan besluitvormingstrajecten in relatie tot veehouderij. Het besluit tot aanwijzing van een landbouwontwikkellingsgebied (LOG)In de afgelopen jaren zijn door de provinciebesturen van Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg vele tientallen gebieden genomineerd om als LOG aangewezen te worden. Dit maakt onderdeel uit van het reconstructiebeleid. Dit reconstructiebeleid volgt uit de dierziekte epidemieën uit de jaren negentig. Toen besloot de politiek dat het anders moest met de veehouderij. De uitkomst van ca. 10 jaar reconstructiepolitiek is dat veehouderijbedrijfsterreinen mogelijk zijn gemaakt in of bij gebieden waar vaak tal van andere activiteiten plaats vinden, zoals wonen, natuur, recreatie en landbouw. Met de bestaande belangen is vaak weinig rekening gehouden. Vaak worden ook andere belangen dan veehouderijondernemerschap in het LOG-aanwijzingsbeleid genoemd. Vaak blijkt dat toch bijzaak te zijn bij het veehouderijvestigingsbeleid. Dit komt nu steeds meer aan het daglicht. Bewoners en gebruikers van (potentiële) LOG-gebieden beginnen zich nu te realiseren wat er met hun omgeving dreigt te gebeuren. De gemeentebesturen moeten de LOG-nominatie accepteren en in een bestemmingsplan opnemen. Dit is binnen de gemeente een politiek zeer belangrijk besluit. Daarmee wordt al dan niet het groene licht gegeven voor het aanwijzen van het veehouderijbedrijfsterrein. In bijvoorbeeld de gemeenten Twenterand (Provincie Overijssel), Horst aan de Maas en Nederweert (beiden Provincie Limburg) is hierover geweldig veel te doen (geweest). Burgers zijn in alledrie genoemde gemeenten uitermate actief, en die activiteiten zijn niet zonder resultaat gebleven. De politici hebben er hun handen vol aan. Dit LOG-aanwijzingsbesluit kan verschillende zaken omvatten. In de meest minimale variant wordt enkel het gebied als LOG aangewezen, en wordt het overige beleid ongewijzigd gelaten. In dat geval verandert er weinig. Anders wordt het als ook besloten wordt het milieu en ruimtelijke beleid voor het LOG te wijzigen, en de vestigingsvoorwaarden voor veehouderij fors te versoepelen. Daarbij kan gedacht worden aan grotere bouwpercelen, het toestaan van hogere bouwwerken, het stellen van (nog) minder voorwaarden aan de vormgeving (inpassen in landschap e.d.), ruimere milieugrenzen ten koste van de bestaande gebruikers enzovoort. Een LOG-aanwijzingsbesluit vindt niet altijd plaats, en beperkt zich tot hiervoor genoemde provincies. Buiten de genoemde provincies kunnen geen LOG’s worden aangewezen. Dit betekent niet dat er geen veefabrieken kunnen komen. De grootste veefabrieken staan juist buiten de LOG’s, zoals Knorpolder in de Noordoostpolder (15.000 varkens) en Pluimveehouderij Van Deurzen in Groesbeek (300.000 legkippen). Mocht een LOG-nominatie in uw gemeente spelen, vraag dan naar de stand van zaken in de besluitvorming. Vraag de betreffende stukken op, en zoek uit of je nog van je kan laten horen. Zo ja, lees de stukken en probeer te achterhalen wat de knelpunten in de besluitvorming zijn. Zoek contact met de politieke partijen die zich kritisch uitlaten over de planvorming. Wellicht kan dat nuttige informatie opleveren. Wel is het raadzaam je niet volledig door één politieke partij te laten inpalmen. Blijf onafhankelijk, en zorg dat je met alle partijen in gesprek bent, of kan komen. Wijzigen bestemmingsplanVoor een grote uitbreiding van een veehouderij is vaak het wijzigen van het bestemmingsplan nodig. Als er een LOG-nominatie speelt, dan volgt de wijziging van het bestemmingsplan uit het LOG-aanwijzingsbesluit. Het wijzigen van het bestemmingsplan kan op verschillende manieren. De twee meest voorkomende zijn de vrijstelling middels artikel 19 WRO en de partiële wijziging van het bestemmingsplan. In beide gevallen moeten zowel de gemeente als de provincie hier hun mening over geven, en is er gelegenheid tot inspraak. Een vaak belangrijke vraag is de verenigbaarheid van de bestemmingsplanwijziging met het provinciale beleid (streekplan). Vraag het streekplan op, en kijk wat daarin over het vestigingsbeleid van veehouderij wordt gezegd. Samenvattend:
|
